Amigoe

gewoon veel RSS nieuws

Ook onder religieuze Nederlanders stijgt de acceptatie van homoseksualiteit

Het is inmiddels vaste prik: elk jaar zijn Nederlanders weer positiever over homo’s, lesbiennes en biseksuelen dan het jaar ervoor. Ook mensen die zich niet identificeren met hun geboortegeslacht (transgenders) of kenmerken van beide hebben (interseksuelen) kunnen jaarlijks op meer ­begrip rekenen. Maar ondanks deze cijfermatige trend, vandaag opnieuw blootgelegd door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), ervaart de lhbti-gemeenschap die toenemende tolerantie niet.

Lees verder na de advertentie

Driekwart van de Nederlanders kijkt positief aan tegen homo- en biseksualiteit, twee keer zoveel als toen het SCP daar in 2006 voor het eerst naar vroeg. Die stijging doet zich over de hele linie voor, ook bij groepen die zich het minst tolerant toonden in eerdere onderzoeken, zoals ouderen, religieuzen of dorpsbewoners.

Er is heus vooruitgang, maar in babystapjes

Tanja Ineke

Zo daalde het aantal Nederlandse protestanten dat zich afkeert van homoseksualiteit in die twaalf jaar met bijna de helft (van 28 naar 16 procent). Dat percentage daalde van 53 naar 30 bij ‘overige religies’, waaronder de islam, hindoeïsme en het jodendom vallen. Al met al duldt Nederland in Europa alleen IJsland boven zich op de lijst van meest homotolerante landen.

Grimmiger klimaat


Maar wat koopt de lhbti-gemeenschap voor die cijfers als het klimaat op straat juist grimmiger lijkt? Onderzoeker Lisette Kuyper heeft het in het rapport niet voor niets over de ‘ervaren realiteit’, die naast de cijfers bestaat. Het maatschappelijk debat strookt dan ook niet met de vandaag gepresenteerde cijfers, meldt het voorwoord.

Dat zou mede komen doordat media veel aandacht besteden aan homogerelateerd geweld. De mishandelingen van homo’s op een Amsterdamse pont en met een betonschaar in Arnhem gingen veel rond, waardoor het kan lijken alsof de homo-emancipatie op haar retour is.

Kuyper vermoedt dat geweldsdelicten tegen homo’s en transgenders twintig jaar geleden net zo veel of meer voorkwamen, maar minder aandacht kregen. “Ik kan me voorstellen dat journalisten toen dachten: dan moet je je maar niet zo afwijkend kleden of gedragen”, zegt ze. “Zeker als ik zie hoeveel de zelfgerapporteerde tolerantie in twaalf jaar is gestegen.”


Ambivalent gevoel


Voorzitter Tanja Ineke van homo-belangenvereniging COC heeft een ‘ambivalent gevoel’ bij de nieuwe cijfers. Naast die algemene tolerantiestijging ziet ze in het rapport ook dat drie op de tien Nederlanders aanstoot nemen aan zoenende mannen. “Waar wij steeds tegenaan lopen, is: je mag wel homo of transgender zijn, maar blijkbaar niet in het gezichtsveld van anderen. Er is heus vooruitgang, maar in babystapjes.”

En de stijgende tolerantie ten spijt staan homo’s en transgenders maatschappelijk nog altijd op achterstand, zegt Kuyper van het SCP. Eergisteren knikkerde internationale belangenvereniging ILGA Nederland nog uit de top-tien van lhbti-vriendelijke landen vanwege het achterblijven van antidiscriminatiewetten voor transgenders en interseksuelen. Kuyper ziet meer problemen in de gemeenschap: “Homomannen ondervinden meer gericht geweld, transgenders hebben een lager inkomen en homoseksuele jongeren hebben vaker psychische problemen.”


‘In Barcelona kijkt niemand op of om’


Leon Bex (37), Utrecht, consultant


© -

“Er is een dunne lijn tussen ­tolerantie en acceptatie. Mijn ouders accepteren gelukkig dat ik homo ben, maar we praten er weinig over. Wat betreft de rest van Nederland: mensen tolereren homo’s wel, maar als ik mijn vriend een kus geef of hand in hand met hem over straat loop, ben ik nog altijd een rariteit. In Barcelona en Madrid ervaar ik dat anders, daar kijkt echt niemand op of om. Ik voel me gelukkig nooit echt onveilig, maar ik ben ook niet bang aangelegd en ik woon en werk in een yuppenomgeving. Ik ken de lhbti-gemeenschap goed en ik merk dat er doorlopend anti-homogeweld voorkomt. Het blijft voorlopig een uit­daging om te streven naar volledige tolerantie.”


‘Mijn moeder heb ik het nooit verteld’


Ans Straver-de Visser (90), Rotterdam, gepensioneerd


© -

“Ik kom uit een gezin met negen kinderen, mijn moeder was gereformeerd en over homoseksualiteit werd niet gesproken. Ik wist niet eens dat het bestond. Tot ik ineens verliefd werd op een vrouw. Ik vroeg de dokter om een pilletje, ik was namelijk al getrouwd met een man en ik had twee kinderen. Op mijn drieënveertigste kwam ik uit de kast. Ik vertelde mijn man over mijn vriendin, maar mijn moeder heb ik het nooit verteld. Op straat durfde ik met haar wel arm in arm te lopen, omdat mensen dachten dat we vriendinnen waren. Zoenen deden we thuis. Nu is dat makkelijker. Alhoewel, de leeftijds­genoten in de flat waar ik nu woon, negeerden me eerst, omdat ik anders ben. Toen heb ik ze mijn verhaal verteld en sindsdien zijn we vriendjes.”


‘Hand in hand lopen doe ik niet overal’


Tim van Rodijnen (22), Utrecht, student


© -

“Hand in hand lopen met mijn vriend doe ik alleen op bepaalde plekken. In het centrum van Amsterdam of Utrecht bijvoorbeeld. Daar krijg ik veel lieve ­reacties. ‘That’s hot’ zei een ­mevrouw laatst toen ik mijn vriend een kus gaf. Ik doe dat minder snel in een dorp of buitenwijk, omdat ik weet dat mensen het daar niet gewend zijn. Voor mijn ouders was het geen probleem. Ik heb nooit heftige dingen meegemaakt. Nou ja, laatst zei iemand ‘kijk deze flikker lopen’, maar dat heb ik ge­negeerd. Ik denk dat veel lhbti’ers het gevoel hebben dat de tolerantie afneemt, omdat steeds meer homo’s zich op extremere manieren uiten. Ik begrijp wel dat mensen kunnen schrikken van een man in een leren string. Dat is niet per se intolerantie tegenover homoseksualiteit, maar een ­reactie van mensen die dat niet gewend zijn.”