Amigoe

gewoon veel RSS nieuws

Crackers met ketchup; een bijzonder plot

Haruki Murakami
De moord op Commendatore
Vert. Elbrich Fennema en Luk Van Haute.
Atlas Contact; 1016 blz.

Twee delen: €60

Lees verder na de advertentie

Fans hebben er lang naar uitgekeken: de nieuwe grote roman van Haruki Murakami. Vorige maand verscheen het eerste deel van het tweeluik ‘De moord op Commendatore’. Vanaf deze week ligt ook het tweede deel in de boekhandel. Het is tijd om de balans op te maken. Weet Murakami eindelijk weer te betoveren zoals hij dat deed met zijn moderne klassiekers ‘De opwindvogelkronieken’ en ‘Kafka op het strand’?

Murakami’s literaire formule is inmiddels vertrouwd: een gewoon personage – een antiheld – ondergaat een stabiel en weinig spectaculair leven, totdat een onverwachte gebeurtenis hem volledig uit balans haalt en dwingt tot een reis die antwoorden moet bieden op existentiële vraagstukken. Daarbij is meestal een centrale rol weggelegd voor een ‘andere’ wereld, een parallel universum waarin magische dingen gebeuren.

In ‘De moord op Commendatore’ is de hoofdfiguur een 36-jarige portretkunstenaar. Hij kan financieel goed rondkomen van het schilderen van zijn portretten, omdat hij de gave bezit direct door te dringen tot de kern van mensen en deze treffend op het doek weet over de brengen. De enige persoon die hij niet heeft weten te doorgronden, is zijn eigen vrouw. Van de ene op de andere dag verlaat ze hem voor een andere man. De kunstenaar kan het amper bevatten: “Je hebt de hele tijd gewoon rondgelopen met het idee dat je je eigen weg gaat, maar opeens zie je die weg voor je voeten wijken en strompel je voort in een lege ruimte zonder richting en zonder houvast.”

De zoektocht naar dit schemergebied loopt als een rode draad door deze roman

Gedesillusioneerd


Gedesillusioneerd rijdt hij in zijn auto (geen automaat: ‘nooit was ik blijer dat ik een auto met handschakeling stuurde’) – door Japan, om tijdelijk zijn intrek te nemen in een huis boven op een berg in Odawara. Daar neemt hij zich voor zich eindelijk weer eens te richten op zijn ware passie: abstracte schilderkunst. Een radicale ommekeer, want het dwingt hem zijn vaste concepten los te laten en de werkelijkheid op een nieuwe manier te benaderen. Om in Murakami’s woorden te spreken, moet het hoofdpersonage voor zijn nieuwe creativiteit een ‘gebied zonder tijd, ruimte en waarschijnlijkheid’ betreden.

De zoektocht naar dit schemergebied loopt als een rode draad door deze roman. Of het nu gaat om deze kunstenaar op zoek naar zijn creativiteit, of om een Japanse boeddhistische monnik die besluit zich op te sluiten in een grot om zich al stervende richting nirvana te mediteren, allen zoeken naarstig naar die staat van zijn waarin constructen van de geest doorzien worden en men de werkelijkheid ervaart zoals die écht is.


Murakamiaanse mysteries


Uiteraard zijn er weer de nodige Murakamiaanse mysteries en magische personages. Wat is de betekenis van het indrukwekkende schilderij ‘De moord op Commendatore’, dat zich boven op de zolder van het huis bevindt? Van een bel die elke nacht rond twee uur luidt vanuit een diepe kelder in het bos? Van het minitatuurmannetje Commendatore?

Op het metafysisch niveau valt er ook veel te speculeren. De titels van de twee delen van deze roman lijken veelzeggend: ‘Een idee verschijnt’ en ‘Metaforen verschuiven’. Verwijst Murakami daarmee naar de ideeënleer van Plato, die de wereld onderscheidt in de wereld zoals wij die in eerste instantie ervaren en een andere dimensie: het rijk der Ideeën? Is de ontsnapping van het hoofdpersonage uit de grot in het tweede deel van de roman een verwijzing naar Plato’s ‘Allegorie van de grot’, waarin af en toe een gevangene wordt vrijgelaten om voor een kort ogenblik de échte werkelijkheid te ervaren? Het zou kunnen, maar misschien ook niet. Helemaal zeker weet je het bij Murakami nooit: dat is ook een groot deel van de charme van zijn werk.

Wellicht is het oneerlijk een schrijver steeds maar weer te beoordelen op basis van eerder werk


Omslachtige schrijfstijl 


Problematisch is wel dat ‘De moord op Commendatore’ gebukt gaat onder Murakami’s omslachtige schrijfstijl. We lezen in deze ruim duizend pagina tellende roman regelmatig hoe de hoofdpersoon tot in minutieuze details triviale handelingen verricht: “Dus liep ik naar de keuken en kwam terug met tomatenketchup en een bordje Ritz-crackers. Vervolgens staarde ik opnieuw naar het schilderij en at crackers met ketchup.”

Ook lijkt Murakami moeite te hebben zijn plot op gang te laten komen. Hoofdstukken worden soms afgesloten met clichématige slotzinnen om dat te maskeren: “Zoals hij zei, was die dag nog maar het begin.” Pas op bladzijde zeventig zien we een opening naar de bekende Murakamiaanse suspense: “Mijn ontdekking van het schilderij van Tomohiko Amada met als titel ‘De moord op Commendatore’ vond een paar maanden na mijn verhuizing plaats. En op dat moment kon ik het nog niet weten, maar dat ene schilderij zou de situatie om me heen ingrijpend veranderen.”

Met déze krachtige zinnen had het boek moeten openen, denk je dan.

Wellicht is het oneerlijk een schrijver steeds maar weer te beoordelen op basis van eerder werk, maar bij de man die elk jaar weer genoemd wordt als grote kanshebber voor de Nobelprijs voor Literatuur mag je de lat hoog leggen. ‘De moord op Commendatore’ zit vol bijzondere ideeën en vondsten, en voorziet de vaste schare Murakami-fans weer van een nieuwe dosis verwijzingen naar muziek, boeken en geschiedenisfeiten. Maar van de auteur van ‘Kafka op het strand’, een van de meest hypnotiserende boeken die ik ooit las, hoopte ik stiekem toch op meer: een nieuwe betovering, misschien zelfs een glimp van het ‘gebied zonder tijd, ruimte en waarschijnlijkheid’. Ik blijf hopen.

Lees hier alle andere boekrecensies van Trouw.