Amigoe

gewoon veel RSS nieuws

“Docent, ga gewoon aan het werk”

Terwijl docenten uit het primair onderwijs al maandenlang actievoeren, beginnen hun collega’s uit het voortgezet onderwijs nu ook de trom te roeren. Zij pleiten voor kleinere klassen, minder lesuren en meer investeringen, om zo de werkdruk te verlagen, de onderwijskwaliteit te verbeteren en een potentieel lerarentekort te beperken.

Lees verder na de advertentie

Hoe nobel de doelen van deze collega’s ook zijn, ik geneer me voor hun acties. We hebben als voortgezet onderwijs nauwelijks te klagen, en voor zover er al problemen zijn, zullen die niet op deze wijze opgelost worden.

We moeten niet overdrijven. In veel andere sectoren maken werknemers ook lange dagen.

Jos de Snoo, docent Nederlands

Meeliften op collega’s


Allereerst moet worden opgemerkt dat het nogal gratuit is om mee te liften op de terechte klachten van onze collega’s in het basisonderwijs. Medewerkers in het basisonderwijs verdienen relatief weinig, terwijl zij een buitengewoon omvangrijk takenpakket te verstouwen hebben gekregen. Hun lonen zijn in de afgelopen decennia niet meegegroeid, waardoor de loonkloof met het voortgezet onderwijs enorm is. Als docent in het voortgezet onderwijs verdien je over het algemeen een riant salaris, waar je in Nederland prima van kunt rondkomen.

Dat de werkdruk in het voortgezet onderwijs hoog is, valt moeilijk te ontkennen. Toch moeten we dit ook niet overdrijven. In veel andere sectoren maken werknemers ook lange dagen, en docenten hebben daarbij de gelegenheid een flink deel van hun tijd tamelijk flexibel in te richten.

Daarnaast is het de vraag waardoor de werkdruk veroorzaakt wordt. Op veel scholen haalt het personeel zich allerlei taken en activiteiten op de hals die niet noodzakelijk zijn. Talrijke managementlagen verzinnen schijnbaar interessante activiteiten waarmee hooggestemde idealen verwezenlijkt zouden kunnen worden, maar die vooral tijd kosten. Het is niet zo heel moeilijk om in deze nutteloze activiteitenbrij te snoeien, waardoor er merkbare werkdrukverlichting ontstaat. Wanneer we ophouden met identiteitsreflecties, kritische prestatie-indicatoren, waanzinnig belangrijke doelen, omdenksessies, fuzzymomenten en andere gebakken lucht, komt er volop ruimte om te werken aan dagelijkse onderwijskwaliteit.

Onze kersverse minister Slob heeft er terecht al op gewezen dat heel wat vermeende regels niet bij wet verplicht zijn. Voor werkdrukverlichting hoeft niet direct naar Den Haag te worden gekeken, maar kan misschien beter eerst het eigen managementbureau eens worden schoongeveegd.

Laten we ophouden te zeuren, maar genieten van ons prachtige werkveld. We hebben de mooiste baan die er is


Boekhoudertje


Paradoxaal genoeg wordt werkdruk verzwaard door een gedetailleerd taakbeleid. Het taakbeleid heeft tot doel om de belasting van diverse taken helder te definiëren, waardoor taken evenredig over diverse schouders verdeeld kunnen worden. De gedetailleerde beschrijving van iedere deeltaak leidt er echter toe dat de medewerker iedere afzonderlijke taak gaat ervaren als een belasting die tijd kost. Zo wordt iedereen een klein boekhoudertje, en verdwijnt de mentaliteit om samen als collega’s de klus te klaren en elkaar waar nodig te ondersteunen naar de achtergrond.

Tot slot kunnen er volop vraagtekens worden geplaatst bij het blinde geloof in onderwijsontwikkeling. De grootste ontwikkeling zit niet in het onderwijs zelf, maar in de leerling die tussen z’n 12de en 18de een enorme verandering doormaakt. Wie dat voor ogen houdt, zal zich uiteindelijk maar door één kernvraag laten leiden: waarom zal de 15-jarige Michael of de 17-jarige Julia iedere dag op de fiets stappen om naar onze school te komen? Als we iedere dag vanuit de belangen en behoeften van de concrete leerling naar ons onderwijs kijken, valt er heel veel te relativeren en te snoeien. Laten we ophouden te zeuren, maar genieten van ons prachtige werkveld. We hebben de mooiste baan die er is.