Amigoe

gewoon veel RSS nieuws

Het woord is vlees geworden – dat geldt ook voor burn-out

Deze algemene instemming sluit aan bij de jongste onderzoeken over burn-out: het zijn niet de werknemers die de kantjes eraf lopen die getroffen worden door burn-out maar de beste, degene met de hoogste arbeidsmoraal.

Lees verder na de advertentie

Tijdens deze bijeenkomst waren de zingevingscategorieën van voormalig denker des Vaderlands René Gude ter sprake gekomen (zie de toelichting onderaan dit artikel). De aanwezigen leken uitstekend te kunnen formuleren wat er aan de hand was, met het zinrijke, wat wij Z3 zijn gaan noemen, scheen weinig mis. Ook konden ze prima verwoorden wat hun doelen waren, of de doelen van het bedrijf, die trouwens lang niet altijd bij hun innerlijke drijfveren aansloten. Die doelen schaarde Gude onder het zinvolle, Z4. Die doelen waren misschien wel een probleem maar geen taboe.

Het zijn niet de werknemers die de kantjes eraf lopen die getroffen worden door burn-out maar de beste, degene met de hoogste arbeidsmoraal

Alleen dat lichamelijke, het lijflijke, wat wij afgelopen jaren het zinnelijke zijn gaan noemen, Z1, dat was lastig. Want: ‘Mijn geest was sterker dan mijn lichaam’. Het zinnetje bleef hangen. Niet omdat het zo origineel was, integendeel, juist omdat het zo algemeen geaccepteerd is. Is het daarmee ook waar?

De uitspraak deed mij in de verte denken aan een zin die in mijn jeugd een belangrijke rol speelde: ‘het Woord is vlees geworden’ – een verwijzing naar de Bijbel, om precies te zijn naar Johannes 1:14. De Bijbelse woorden zouden vlees geworden zijn in de persoon van Jezus van Nazareth.

Wat heeft burn-out met Jezus van Nazareth van doen? Waarschijnlijk weinig, maar het gaat me hier om de metaforische functie van de taal: uit dat Bijbelverhaal komt naar voren dat taal werkelijkheid kan maken. In het Hebreeuws betekent ‘dabar’ woord en daad tegelijk.

Iets vergelijkbaars gebeurt ook bij het gesprek over burn-out. Het gaat mij hier nu om het woord ‘sterker’. Waarom gebruikt deze man het woord ‘sterker’ als hij over zijn geest praat? Wat de man bedoelt, is duidelijk: de geest had zo veel macht over het lichaam, dat het in staat was dit lichaam te slopen.

Vreemd en onlogisch


Laten we de zaak eens omdraaien: het lichaam is nu even degene of datgene wat de geest in zijn macht heeft. Kan dat ook? Ja, de obesitas-epidemie is hier een gevolg van: wij zijn bijvoorbeeld slaaf van onze maag. Zeggen we dan: het lichaam is sterker dan de geest? Integendeel, dan zeggen we vergoelijkend: Ach, de geest is wel gewillig maar het lichaam is zwak – eveneens een verwijzing naar de Bijbel: vlak voor Jezus van Nazareth gevangen wordt genomen, gaat hij bidden. Als hij terugkomt, ziet hij zijn discipelen in slaap liggen. Konden jullie niet een uurtje wakker blijven? Hij vraagt zijn leerlingen dan: ‘Blijf wakker en bid dat jullie niet in beproeving komen; de geest is wel gewillig, maar het lichaam is zwak.’

Vreemd: als de geest de baas is over het lichaam wordt die geest ‘sterk’ genoemd, en sterk zien we dan als een positief begrip; is dat lichaam de baas over de geest dan wordt dat lichaam ‘zwak’ genoemd, en zwak is dan een negatief begrip.

De woorden ‘sterk’ en ‘zwak’ maken de werkelijkheid van degene die aan burn-out lijden

Dit is vreemd en onlogisch, maar typerend voor onze cultuur: het idee dat onze geest ‘sterk’ is en ons lichaam ‘zwak’ is zo algemeen gangbaar geworden dat ze onze werkelijkheid is gaan bepalen. De woorden ‘sterk’ en ‘zwak’ maken de werkelijkheid van degene die aan burn-out lijden. Het woord ‘sterk’ is vleesgeworden in deze zaal met mensen die te kampen hebben met burn-out – en stiekem hechten ze aan dat ‘sterk’ nog steeds een positieve waarde.

We zullen pas iets aan de burn-outepidemie kunnen veranderen als we leren inzien dat onze cultuur nog steeds doordesemend is van deze anti-lichamelijke Bijbelse opvattingen – die op hun beurt vaak weer worden toegeschreven aan Plato, maar die had toch wat minder invloed op onze cultuur.

Deze nog steeds heersende, naar mijn idee funeste opvatting verklaart ook waarom dat zinnelijke, dat lijflijke, dat lichamelijke in het bedrijfsleven zo lastig aan bod kan komen, zo gevaarlijk gevonden wordt: het bedreigt namelijk onze visie en interpretatie van de werkelijkheid.

Woorden worden vlees, worden werkelijkheid. Pas als al die mannen en vrouwen die praten over burn-out zullen hun opvattingen over ‘sterk’ en over ‘zwak’ bijstellen, kunnen we iets aan hun toestand veranderen. Die geest was helemaal niet sterk, dat lichaam was niet zwak. Die geest was een dictator die hun lichaam onder de knoet hield, net zo lang tot hun oersterke lichamen knakten.


Hebben we nog zin in ons werk?


Dat onderzoekt Peter Henk Steenhuis in een serie columns. Daarbij maakt hij gebruik van de inzichten van de in 2015 overleden ‘Denker des Vaderlands’ René Gude (1957-2015).

Gude onderscheidde vier soorten zin. De eerste noemt Gude het Zinnelijke, het lekkere, het lijfelijke aspect, het lustvolle. De tweede het zintuiglijke, het esthetische. De derde het zinrijke. Gude: ‘We ervaren zin, doordat we volzinnen maken, in staat zijn te verwoorden wat we beleven, ervaren, maken, doen. Dit is de meest letterlijke vorm van zingeving door betekenisgeving.’ Als laatste onderscheidt Gude het zinvolle, dat je bijvoorbeeld achter de doelstelling staat van de ondernemingen waar je werkt.


Trouw.nl is vernieuwd. Vanaf nu is onbeperkte toegang tot Trouw.nl alleen voor (proef)abonnees.